Steun ons en help Nederland vooruit

woensdag 10 april 2019

Schriftelijke vragen: Vaccinatiegraad in Schiedam

Namens de fractie van D66 stelden Jarle Lourens en Anouschka Biekman vandaag de volgende schriftelijke vragen aan het college:

“Op 3 april 2019 verschenen berichten in de media over een mazelenuitbraak op een kinderdagverblijf in Den Haag waarbij vier kinderen besmet zijn geraakt. Twee van de vier kinderen waren niet ingeënt. Het aantal personen in Nederland dat besmet raakt met het mazelenvirus neemt toe. Dit jaar zijn tot nu toe al 15 gevallen gemeld. In voorgaande jaren waren dat 10 á 20 gevallen per jaar, schrijft staatssecretaris Blokhuis van Volksgezondheid in een brief aan de Tweede kamer.

Tegelijkertijd laten steeds minder ouders hun kinderen inenten. De vaccinatiegraad in Nederland is in de afgelopen jaren gedaald naar 92,9 procent (bron: RIVM). Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie moet 95 procent van de peuters in een regio zijn ingeënt om groepsimmuniteit te garanderen. Daaronder neemt de kans op mazelen toe. Volgens gegevens van het Rijksinstituut van Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is de vaccinantegraad in Schiedam op dit moment 92,2 procent. Dat is lager dan in de gemeenten Vlaardingen (95,2 procent), Maassluis (96,1 procent) en Rotterdam (92,4 procent).

D66 vindt de berichtgevingen en het feit dat steeds minder ouders hun kinderen laten vaccineren alarmerend. Besmetting met bijvoorbeeld het mazelenvirus is niet alleen gevaarlijk voor de kinderen die niet zijn ingeënt, maar ook voor jonge kinderen (tot 14 maanden) die nog niet ingeënt mogen worden. Ouders die hun kinderen niet laten inenten brengen dus niet alleen hun eigen kinderen in gevaar, maar ook de kinderen van anderen.

Naar aanleiding van bovenstaande heeft de fractie van D66 daarom de volgende vragen aan het college:

1.

Volgens het RIVM ligt de vaccinatiegraad in Schiedam lager dan in omliggende gemeenten. Wat vindt het college hiervan? En wat is mogelijk de oorzaak?

2.

Heeft het college zicht op de groepen Schiedammers waaronder ouders hun kinderen niet laten inenten? Zo ja, welke groepen zijn dat? En met welke redenen?

3.

Wat doet het college om ouders te stimuleren hun kinderen toch te laten inenten?

4.

Is het college bereid om extra maatregelen te treffen om ouders te stimuleren hun kinderen te laten inenten? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?

Namens de fractie van D66,

Jarle Lourens
Anouschka Biekman